Goed bestuur - Beleid opstellen en verantwoorden

Ontwikkel en monitor strategisch en inhoudelijk beleid.

Met beleid maak je voor iedereen binnen de organisatie en voor externe partners duidelijk hoe je jouw doelen wilt bereiken. Het laat zien wat men van de organisatie kan verwachten. Beleid geeft richting: het beschrijft waar de organisatie voor staat, wat je wilt bereiken en hoe je dat doet, en met welke middelen mensen en binnen welke termijn.

Hieronder leggen we uit hoe je het beleid opstelt en verantwoordt.


Beleid opstellen

Beleid omvat de missie, visie en strategie van je organisatie. Je begint met het opstellen van een missie en visie voor je organisatie. Op basis van je missie en visie bepaal je de strategie: de manier waarop je de doelstellingen van je organisatie wilt realiseren. Daarbij breng je in kaart hoe, binnen welke termijn en met welke middelen je die doelen gaat bereiken. Wil je weten hoe je een missie, visie en strategie opstelt? Bekijk dan de 'Culturele Wegwijzer - Missie, visie en strategie'.

Er bestaat geen blauwdruk voor het opstellen van beleid. De inhoud hangt af van de doelstellingen van je organisatie, een eventuele opdracht, de beschikbare financiële middelen (zoals subsidies), de organisatiestructuur, actuele wet- en regelgeving, je doelgroep en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen.

Beleid dat wordt opgesteld met inbreng of raadpleging van medebestuursleden, commissieleden, een vertegenwoordiging van je leden en vrijwilligers en/of externe partijen (bijvoorbeeld publiek) zorgt voor een goede aansluiting op de praktijk en is vaak realistisch. Het betrekken van deze mensen zorgt er ook voor dat je beleid gedragen wordt door degenen die er uitvoering aan moeten geven. 

Beleidscyclus

Ondanks het feit dat er geen blauwdruk voor een beleid bestaat, zijn er wel een aantal stappen die je kunt doorlopen tijdens het opstellen van beleid. Deze stappen noemen we de beleidscyclus. 

Het oprichten van een vereniging of stichting is vaak een goed moment om beleid op te stellen. Bestaat je organisatie al wat langer, dan kunnen interne veranderingen, nieuwe inzichten, maatschappelijke ontwikkelingen of subsidierelaties aanleiding zijn om het bestaande beleid aan te scherpen of te herformuleren.

In deze stap werk je het beleid concreet uit. Je doet onderzoek en raadpleegt belanghebbenden: je bevraagt leden en vrijwilligers, houdt rekening met maatschappelijke ontwikkelingen, bekijkt subsidievoorwaarden en onderzoekt de omgeving waarin je organisatie actief is. Op basis van je bevindingen maak je een analyse en bepaal je wat je precies gaat doen en met welke middelen.

In deze stap wordt een besluit genomen over het voorgestelde beleid. Bij een stichting doet het bestuur (en indien van toepassing de Raad van Toezicht) dit. Bij een vereniging moet het opgestelde beleid eerst worden voorgelegd aan de leden tijdens de Algemene Jaarvergadering (ALV). De leden hebben namelijk inspraak.   

Het beleid wordt in de praktijk gebracht en uitgevoerd door het bestuur, leden, commissies,  vrijwilligers, artistiek begeleiders en eventuele samenwerkingspartners met de beschikbare financiële middelen.   

Na een bepaalde periode wordt het beleid geëvalueerd om te kijken of de doelen zijn gerealiseerd en of er eventuele bijsturing nodig is. Zo ja, dan start de cyclus weer van vooraf aan met de agendavorming. Beleid wordt vaak geëvalueerd via jaarverslagen en jaarrekeningen (zie het kopje 'Beleid verantwoorden' op deze pagina).  

Beleid voor de lange, middellange en korte termijn 

Beleid maken is vooruitkijken. Je kunt beleid opstellen voor de lange, middellange en korte termijn. Idealiter combineer je langetermijn- of middellangetermijnbeleid met kortetermijnbeleid.

Langetermijnbeleid richt zich op een periode van tien jaar en bepaalt de koers in de verre toekomst. In een beleidsplan voor de lange termijn zet je de grote lijnen en idealen uit. Het voordeel van dit beleid is dat er een stip op de horizon is waar je naartoe kunt werken. Dit zorgt voor continuïteit, ook bij bestuurswisselingen. Het nadeel van dit type beleid is dat externe omstandigheden die je nu niet kunt voorzien ervoor zorgen dat je je beleid niet of maar deels kunt realiseren. 

Middellangetermijnbeleid richt zich op een periode van drie tot vijf jaar. Bij dit type beleid kun je in tegenstelling tot langetermijnbeleid gerichter doelen opstellen. Ook bij dit type beleid ben je nog in grotere mate afhankelijk van externe omstandigheden die je beleid en dus de realisatie ervan kunnen beïnvloeden. 

Kortetermijnbeleid richt zich op een periode van een jaar. Bijna iedere organisatie werkt met een beleidsplan op jaarbasis, ook wel jaarplan genoemd. Een jaarplan maakt duidelijk wat je doelstellingen zijn voor het komende jaar en hoe je daar uitvoering aan geeft. Een jaarplan is heel concreet. Dat wat je in dat kader gaat doen kan een onderdeel zijn van een middellange- of langertermijnbeleid.   

Het beleidsplan

Als je het beleid van de organisatie hebt uitgestippeld, is het tijd om ze op papier te zetten in een beleidsplan. Het beleidsplan (ook wel een strategisch plan genoemd) beschrijft de doelstellingen van je organisatie, de acties die je gaat ondernemen om die uit te voeren en hoe en met welke middelen (financieel en mankracht) je dat gaat doen.  

Een beleidsplan kun je als volgt opzetten: 

  • Inleiding: Beschrijf waarom je dit plan opstelt (de aanleiding), hoe het tot stand is gekomen, voor welke periode het geldt, wie het heeft samengesteld en wie je wilt bedanken.
  • Omschrijving van de organisatie: Geef een korte (ontstaans)geschiedenis van de organisatie, beschrijf de huidige situatie en formuleer de missie en visie.
  • Strategie: Beschrijf de doelen van de organisatie op lange, middellange en korte termijn, en hoe je die wilt bereiken. Houd daarbij rekening met de sterke en zwakke punten van de organisatie, en met de kansen en uitdagingen die je ziet.
  • Activiteitenplan: Maak een overzicht van de concrete activiteiten die je gaat uitvoeren. Geef aan wat je gaat doen, waarom, binnen welke termijn, hoe en met welke middelen (financieel en qua mankracht).
  • Begroting: Geef een overzicht van de verwachte uitgaven en inkomsten, gekoppeld aan het activiteitenplan, en voeg eventueel een korte toelichting toe.

Beleid verantwoorden

Het verantwoorden van beleid binnen een vereniging verloopt anders dan bij een stichting. Dat heeft te maken met de organisatiestructuur. Een vereniging legt verantwoording af aan de leden tijdens de jaarlijkse algemene ledenvergadering (ALV). Een stichting legt alleen verantwoording af aan (indien van toepassing) een Raad van Toezicht of extern betrokkenen, zoals subsidieverstrekkers. 

Beide typen organisaties leggen jaarlijks schriftelijk verantwoording af in de vorm van een jaarverslag en een jaarrekening.

In een jaarverslag kijk je terug op de activiteiten van het afgelopen jaar en laat je zien hoe deze hebben bijgedragen aan de doelen die je hebt gesteld.

Een jaarrekening is een jaarlijks overzicht van de financiële situatie van een organisatie. Het omvat een jaarverslag van het bestuur (samenvatting van de belangrijkste beleidskeuzes), een balans, een resultatenrekening of winst- en verliesrekening van het afgelopen jaar, een toelichting op deze onderdelen, het kasstroomoverzicht en in bepaalde gevallen een accountantsverklaring.

Vragen? 

Heb je vragen over één of meerdere onderwerpen van het thema goed bestuur? Het Huis voor de Kunsten Limburg adviseert en ondersteunt verenigingen, groepen en stichtingen in de amateurkunst- en erfgoedsector. Stichting Klankkleur Limburg adviseert en ondersteunt muziekverenigingen, koren en tamboerkorpsen die zijn aangesloten bij de Limburgse Bond van Muziekverenigingen (LBM), Verbindend Netwerk Koorzang Limburg (VNK-L) en de Limburgse Bond van Tamboerkorpsen (LBT). Neem dus gerust contact met ons op.

Huis voor de Kunsten Limburg
Huis voor de Kunsten Limburg

Algemeen

Het secretariaat is telefonisch bereikbaar van maandag t/m vrijdag