Icoon onderzoek informele actieve cultuurbeoefening in groepsverband

Onderzoek informele cultuurbeoefening

Kennis, advies en ondersteuning

Cultuurbeoefening omvat alle vormen van kunsten, zoals zang, dans en toneel, maar ook vakmanschap, geschiedschrijving en tradities. De manier waarop mensen cultuur beoefenen, verandert. Steeds minder mensen doen dit via verenigingen, terwijl informele cultuurbeoefening (cultuurbeoefening die niet in een formele rechtsvorm is georganiseerd) juist lijkt toe te nemen. Maar welke vormen van informele cultuurbeoefening zijn er eigenlijk? Hoe functioneren informele groepen? Met welke uitdagingen hebben zij te maken? En hebben deze groepen behoefte aan ondersteuning?

Om hier duidelijkheid over te krijgen, voerde het Huis voor de Kunsten Limburg in 2024, samen met Maastricht University en Bureau Schoonbrood, een onderzoek uit naar informele actieve cultuurbeoefening in groepsverband. Dit onderzoek richtte zich op zowel de amateurkunstsector als de erfgoedsector in Limburg.

In Limburg zijn veel mensen in hun vrije tijd bezig met muziek, films, toneel- en dansvoorstellingen. Vaak gebeurt dit in groepsverband als lid van een vereniging of als cursist bij een Centrum voor de Kunsten. Ook zijn er ontzettend veel vrijwilligers actief bij erfgoedorganisaties zoals musea, heemkundekringen, Limburgse taalkringen en molens. Zij beheren en behouden ons cultureel erfgoed. 

 
De verenigingen of stichtingen waar kunstbeoefening plaatsvindt of waar erfgoed wordt beheerd, staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Deze organisaties hebben statuten en een formeel bestuur dat verantwoordelijk is voor het functioneren van de vereniging of organisatie. We noemen deze vorm van cultuurbeoefening daarom ‘formeel georganiseerd’ of we spreken over ‘formele cultuurbeoefening’. 

Daarnaast zijn er ook groepen mensen die zich op een andere manier 'verenigen' en op andere wijze een kunstvorm of cultuur beoefenen en ons erfgoed levend houden. Denk aan online platforms waar mensen elkaar ontmoeten en verhalen of foto’s delen, boekenclubs, popbands, muziekensembles, schildergroepen, volksdansgroepen, verhalenvertellers, vriendengroepen die wagens bouwen en kostuums maken voor Vastelaovend, groepen die samen een ambacht uitvoeren en in stand houden, of groepen die één keer per jaar een dorpstraditie in ere houden. 


Omdat deze groepen niet in een vereniging of andere rechtsvorm zijn georganiseerd, noemen we ze 'informeel georganiseerd' of spreken we van 'informele cultuurbeoefening'. 

Bevindingen van het onderzoek

We hebben de voornaamste bevindingen uit het onderzoeksrapport op een rijtje gezet. Je kunt het volledige onderzoeksrapport downloaden via de onderstaande knop. 

Download hier het onderzoeksrapport

Muziek (popmuziek, zang en hafabra) wordt het vaakst in informeel groepsverband beoefend, gevolgd door beeldende kunst, carnaval en dans. Veel respondenten beoefenen meer dan één discipline. Van de ondervraagden is 63% ook lid van één of meer andere informele groepen. Daarnaast is 62% van de leden van een informele groep geen lid van een formele vereniging of organisatie, wat erop wijst dat de overlap tussen de informele en formele cultuursector beperkt is. Respondenten die ook lid zijn van een formele groep, zijn gemiddeld ouder dan personen die alleen cultuur beoefenen in informeel verband. Dit kan erop wijzen dat jongere cultuurbeoefenaars zich minder aangetrokken voelen tot de meer traditionele (formele) vormen van cultuurbeoefening.

65% van de ondervraagden is al 10 jaar of langer lid van één of meer informele groepen, en veel van deze groepen bestaan al jaren. Dit wijst op een sterke continuïteit. De meeste groepen komen ook vaak samen, de meerderheid minstens een keer per week. Informele groepen lijken dus allesbehalve vrijblijvend, en de motivatie om mee te doen is groot. Meestal komt men niet bij een groepslid thuis samen, maar op een externe locatie. Deelnemers sluiten zich vaak aan via familie, bekenden of vrienden, wat het informele en sociale karakter van deze groepen verder verklaart.
 

Gezelligheid is de belangrijkste reden voor de ondervraagden om deel uit te maken van een informele groep. Dit wordt gevolgd door de vrijheid en daarna de behoefte om zich artistiek te ontwikkelen. Mensen in een informele groep zoeken flexibiliteit, bijvoorbeeld door meer op projectbasis te werken, en willen weinig verplichtingen. Ze willen vooral samen met vrienden en bekenden bepalen wat en hoe ze cultuur beoefenen.

Financiën en moeite met het aanvragen van (project)subsidies worden het vaakst genoemd als nadelen van informele cultuurbeoefening. Daarna volgt het vinden van geschikte (betaalbare) ruimtes. Deze twee punten zijn vooral een probleem in de muziekscene en zijn met elkaar verbonden. Om repetitie- en atelierruimtes en optreed- en expositieruimtes, te kunnen betalen, zijn (extra) financiële middelen nodig. Het verhogen van de eigen bijdrage van deelnemers aan een informele groep om de (toenemende) kosten te dekken blijft een lastige balans, omdat men deelname aan de groep laagdrempelig wil houden. Uit de praktijk blijkt ook dat informele cultuurbeoefenaars vaak in een lastige positie zitten als het gaat om het aanvragen van subsidies. Informele groepen komen vaak niet in aanmerking voor subsidies, omdat ze geen rechtspersoon zijn.

Informele groepen die aan actieve cultuurbeoefening doen, zijn vaak zelfbewust en kunnen goed voor zichzelf zorgen. Ze hebben meestal geen grote problemen. Iets meer dan de helft van de respondenten geeft aan dat ze behoefte hebben aan ondersteuning, vooral op het gebied van financiën, het aanvragen van (project)subsidies en het vinden van ruimtes. Veel informele groepen die behoefte hebben aan ondersteuning, krijgen deze ondersteuning nu nog niet. De helft van hen geeft aan dat ze niet weten van wie zij ondersteuning kunnen krijgen. 

Vervolg

Het Huis informeert samenwerkingspartners, beleidsmakers en ondersteuners op landelijk, provinciaal en gemeentelijke niveau actief over de bevindingen van het onderzoek. Omdat het sociale aspect de belangrijkste reden is voor deelname aan informele cultuurbeoefening in groepsverband, wil het Huis ook nadrukkelijk het maatschappelijke beleidsdomein informeren.

Het advies voor de ondersteuning van informele groepen is om vooral aandacht te besteden aan het voorkomen van financiële problemen en de daarbij horende hulpvragen. Dit kan voornamelijk door ruimtes voor cultuurbeoefening betaalbaar te houden. Hier ligt primair een rol voor de gemeenten.


Over het onderzoek

Het onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het Plan Herstelsteun Amateurkunsten Limburg en werd in dat kader medegefinancierd door het Fonds voor Cultuurparticipatie.

Logo's van Huis voor de Kunsten Limburg, Maastricht University, Fonds voor Cultuur Participatie en Bureau Schoonbrood

 

Vragen? 

Heb je vragen over het onderzoek naar informele cultuurbeoefening in Limburg? Neem contact op met Patricia Peters, beleidsadviseur bij het Huis voor de Kunsten Limburg.

beleid
Patricia Peters

Patricia Peters

beleidsadviseur & programmamanager