De helft van de actieve cultuurbeoefening in Nederland vindt plaats in informeel verband. Dat wil zeggen buiten het formele circuit van verenigingen en stichtingen.
Uit onderzoek (2024) van het Huis naar informele cultuurbeoefening in de amateurkunst- en erfgoedsector in Limburg blijkt dat informele cultuurbeoefenaars uitdagingen ervaren als het gaat om financiering en het vinden van (betaalbare) repetitie- en presentatieplekken.
Ook kennen veel informele beoefenaars de ondersteuningsmogelijkheden van lokale, provinciale of landelijke organisaties niet. Omgekeerd heeft een groot deel van deze ondersteuningsorganisaties niet of nauwelijks zicht op, of contact met, deze doelgroep.
Cultuurlab informele cultuurbeoefening
Op dinsdag 3 februari 2026 organiseerde het Huis een Cultuurlab (provinciale bijeenkomst) over informele cultuurbeoefening in de vrije tijd.
Initiatiefnemers die een netwerk van informele beoefenaars faciliteren en/of ondersteunen, deelden hun werkwijze ter inspiratie met beleidsmedewerkers cultuur van Limburgse gemeenten, lokale mogelijkmakers en beoefenaars. Vervolgens brachten we gezamenlijk initiatieven van informele beoefening in Limburg in kaart. Ook inventariseerden we de behoeften en uitdagingen die beleids- en mogelijkmakers hebben bij het ontwikkelen van beleid en het ondersteunen van informele beoefenaars. De Informele beoefenaars brachten in kaart waar zij in hun werkpraktijk tegenaan lopen.
Ga naar 'Cultuurlab – Informele cultuurbeoefening'
Ondersteuningstraject inclusiever amateurkunstbeleid en -ondersteuning
Mede op basis van het 'Cultuurlab - Informele cultuurbeoefening' en de gesprekken die we daarna voerden met beleids- en mogelijkmakers en beoefenaars, besloten we een ondersteuningstraject vorm te geven dat toewerkt naar een breder perspectief op amateurkunstbeoefening, zowel bij het maken van beleid als bij het ondersteunen van beoefenaars. De ambitie is dat amateurkunstenbeleid en -ondersteuning niet alleen gericht zijn op amateurkunstverenigingen en -stichtingen (formele verbanden), maar ook op informele beoefenaars.
In 2026 gaan we in drie gemeenten, verspreid over Limburg, met deze ambitie aan de slag. We gaan met beleidsmedewerkers cultuur in gesprek over het amateurkunstenbeleid van hun gemeente en de kansen en uitdagingen die zij zien. Samen met lokale mogelijkmakers maken we een brede inventarisatie van amateurkunstbeoefenaars in de gemeente (formeel en informeel) en brengen we de ondersteuningsbehoeften van deze brede groep beoefenaars in kaart.
Na een analyse van deze inventarisatie, organiseren we een co-creatiesessie met beleidsmedewerkers cultuur, mogelijkmakers en een brede vertegenwoordiging van amateurkunstbeoefenaars uit de drie gemeenten om oplossingsrichtingen te bedenken voor amateurkunstenbeleid en -ondersteuning. Daarnaast maken we de rijke amateurkunstbeoefening in de gemeenten zichtbaar door middel van een podcast. De bevindingen uit het traject delen we met andere beleidsmakers en mogelijkmakers in Limburg.
Deze aanpak vormt ook een pilot voor het VLIAK-programma dat het Huis in 2027-2028 uitvoert.
