Cultuurbeleid Ministerie OC en W 2021 – 2024

17 jun 2019
cultuurbeleid, cultureel ondernemerschap, cultuureducatie, talentontwikkeling, verenigingsondersteuning, financiering
theater, erfgoed, literatuur, beeldende kunst, musea, film & fotografie, dans, muziek, streektaal, cultuureducatie

'Cultuur is van en voor iedereen!', zo laat het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap weten middels het nieuwe cultuurbeleid 2021-2024 . Wij bekeken het met een Huisbril en maakte voor jullie een samenvatting. 

Vernieuwing en verbreding 

Op 11 juni jl. presenteerde minister Van Engelshoven (OCW) de publicatie ‘Uitgangspunten Cultuurbeleid 2021-2024’. In het cultuurbeleid spreekt de minister over het verbreden van de culturele basisinfrastructuur, zodat die meer recht doet aan de samenhang en diversiteit van het bestel en het publiek. De minister wil graag ruimte voor nieuwe vormen, andere genres en nieuw publiek creëren en de samenwerking tussen overheden (rijk, provincie en gemeente) bevorderen. Door aandacht te genereren voor een nieuwe generatie makers en kunstvormen die een breder en gevarieerder publiek bereiken, kunnen ook groepen worden bereikt die zich nu minder aangesproken voelen tot het huidige culturele aanbod. De minister wil dit bewerkstelligen door ruimte te maken voor festivals en ontwikkelplekken in alle disciplines en sectoren, te investeren in jeugdaanbod, nieuwe samenwerkingen, interdisciplinaire projecten en bottom-up initiatieven.

De verbreding en vernieuwing die daarmee wordt ingezet, acht de minister noodzakelijk om het cultuuraanbod bij de tijd en aantrekkelijk te houden voor de hele bevolking. Die verbreding en vernieuwing wordt o.a. gestimuleerd door middel van een matchingsregeling, waarbij het Rijk gaat bijdragen aan lokale initiatieven die ondersteunt worden door lokale overheden en voldoen aan de doelen van het cultuurbeleid. Het Rijk stelt daar in de periode 2021-2024 jaarlijks € 2 miljoen voor beschikbaar.

Eerlijke beloning 

Naast vernieuwing en verbreding van het aanbod wordt middels sectorbrede maatregelen ook ingezet op een eerlijke beloning en goede arbeidsvoorwaarden van kunstprofessionals. Zo wordt o.a. geïnvesteerd in een structurele voorziening voor permanente professionele ontwikkeling en honoreringsrichtlijnen. Onderschrijving van de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en Code Culturele Diversiteit worden subsidievoorwaarden bij aanvragen die worden ingediend voor de landelijke basisinfrastructuur en de zes cultuurfondsen.     

Cultuur van en voor iedereen met focus op cultuurparticipatie, immaterieel erfgoed en cultuuronderwijs

Onder het mom ‘Cultuur is van en voor iedereen’ wordt cultuur die uitnodigend en laagdrempelig is, bevordert. Daarbij richt de minister zich de komende periode op: cultuurparticipatie, immaterieel erfgoed en cultuuronderwijs.

Wat betreft cultuurparticipatie wordt de toegankelijkheid tot cultuur (cultuurdeelname van zoveel mogelijk verschillende groepen) in periode 2021-2024 gestimuleerd middels een programma cultuurparticipatie. Dat gaat gepaard met een investering van € 5,08 miljoen per jaar (in de periode 2021-2024). Het programma start vanuit lokale initiatieven en maakt zowel grotere projecten van landelijke betekenis als kleinere lokale initiatieven mogelijk. Ook de verbinding met het sociale en welzijnsdomein staat centraal. Het programma verbindt namelijk zorg en sociaal werk met professionele en culturele instellingen, amateur- en erfgoedverenigingen en kunstenaarsinitiatieven.

Op het gebied van immaterieel erfgoed worden de brede regeling immaterieel erfgoed van het Fonds voor Cultuurparticipatie en de regeling van Fonds voor Cultuurparticipatie, Mondriaan Fond en Stimuleringsfonds Creatieve industrie voor het eigentijdse behoud van ambachten en immaterieel erfgoed in grootstedelijke context voortgezet in de periode 2021-2024. In het kader van de nieuwe Omgevingswet ondersteunt de minister de gemeenten met kennis over (immaterieel) erfgoed. Tevens heeft ze de intentieverklaring ondertekent om het UNESCO-verdrag uit te werken.

Wat betreft cultuuronderwijs wordt extra geld beschikbaar gesteld voor filmonderwijs, museumbezoek door scholieren, muziekonderwijs en leesbevordering. Kansengelijkheid en integraal cultuuronderwijs zijn speerpunten voor de komende periode. Er moet volgens de minister aandacht zijn voor scholen die het moeilijk vinden goed cultuuronderwijs te geven. In de curriculumherziening is kunst en cultuur één van de leergebieden en er komt een breder educatiebeleid vanaf 2021. Binnen het programma Cultuureducatie met Kwaliteit (CMK) komt meer ruimte voor het voortgezet onderwijs en de aansluiting tussen binnen- en buitenschoolse activiteiten. In 2021-2024 komt er een vervolg op het programma CMK. Het programma wordt o.a. breder van opzet en geeft penvoerders mee ruimte om in te spelen op lokale wensen (waaronder relatie binnen- en buitenschools). Daarnaast wordt de Cultuurkaart voor het voortgezet onderwijs voortgezet en wordt het bedrag dat andere gemeenten dan de G9 per leerling ontvangen voor cultuureducatie verhoogt (naar € 0,79 per leerling).

Cultuur is grenzeloos 

Onder het mom van ‘Cultuur is grenzeloos’ geeft de minister aan dat ze veel waarde hecht aan internationale samenwerking vanuit de regio. In dat kader wil ze samen met andere overheden verkennen op welke manier het Rijk goede voorbeelden van internationale samenwerking kan uitwisselen.

Uitbreiding culturele basisinfrastructuur

De landelijke culturele infrastructuur (bestaande uit instellingen die gefinancierd worden via de basisinfrastructuur en de zes cultuurfondsen) wordt in 2021-2024 uitgebreid. De minister vraagt de Raad voor Cultuur bij de beoordeling van aanvragen om keuzes te maken die aansluiten bij de kwaliteiten van het culturele veld in de verschillende regio’s en de samenstelling van het publiek aldaar en daarbij oog te hebben voor de breedte van de podiumkunsten en de ontwikkeling van cross-overs en urban arts. De minister hecht eraan dat podiumkunstinstellingen over de grenzen van disciplines heen werken en zorgt ervoor dat de regelgeving hiervoor ruimte biedt (o.a. door de samenwerking tussen de fondsen te stimuleren).

In het cultuurbeleid worden een aantal sectoren uitgelicht. Het gaat om musea, beeldende kunst, ontwerp, film en letteren.

Binnen de museumsector neemt de minister o.a. het advies van de Raad voor Cultuur over om stedelijke en provinciale musea te ondersteunen in de basisinfrastructuur voor publiekstaken van (inter)nationaal belang. De basisinfrastructuur zal ruimte bieden aan 12 musea met een gemeentelijke of provinciale collectie. De minister vraagt bestuurders in het land om per provincie een museum voor te dragen. Ook is er aandacht voor de positie van kleine musea. De minister vraagt het Mondriaan Fonds in dat kader om de regeling voor deze musea aan te passen en verhoogt het bedrag van de regeling met jaarlijks € 1 miljoen in de periode 2021-2024. 

In de sector beeldende kunst investeert de minister in presentatie instellingen om hun zichtbaarheid te vergroten en daarmee een brede groepen in de samenleving in contact te brengen met beeldende kunst. Er worden in dat kader o.a. zes presentatie-instellingen behouden in de basisinfrastructuur. Het budget voor de meerjarige regeling presentatie instellingen bij het Mondriaan Fonds wordt verhoogd naar € 1,85 miljoen per jaar waarvan € 0,85 miljoen voor een betere beloning van beeldend kunstenaars. 

Binnen de sector ontwerp (architectuur, stedenbouw, vormgeving, mode, digitale cultuur en gaming) wordt o.a. samen met het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie onderzocht hoe meer programmatisch gewerkt kan worden.

Op het gebied van film wordt ingezet op films en audiovisuele producties met een sterke signatuur. Daarvoor is ruimte nodig voor ontwikkeling en experiment. Om dat te bewerkstelligen wordt in de basisinfrastructuur meer ruimte geboden aan instellingen die zich richten op ontwikkeling (skill-labs, incubators etc.). De minister vraagt daarnaast het Nederlands Filmfonds om meer ruimte te creëren voor de ontwikkeling van filmprojecten en de autonomie van makers en meer diversiteit in het palet van audiovisuele producties aan te brengen. Op het gebied van educatie wordt de al ingezette extra investering van € 2,3 miljoen (binnen het Filmfonds) gecontinueerd. Daarnaast wordt ook € 0,75 miljoen geïnvesteerd in filmfestivals aangezien ze een rol spelen in internationale uitwisseling, talentontwikkeling en vernieuwing.

Wat betreft letteren investeert de minister in vernieuwing en verbreding van het literaire aanbod en de zichtbaarheid van onze literatuur in het buitenland. In de periode 2021-2024 wordt de aandacht voor literatuur o.a. bevorderd middels een extra investering in twee ondersteunende instellingen. Daarnaast is er in de basisinfrastructuur ruimte voor één festival in de letteren met een internationaal platform. Voor een verdere integratie van het letterenbeleid vraagt de minister het Nederlands Letterenfonds en de lettereninstellingen om hun beleidsplannen goed onderling af te stemmen.

Ruimte voor ontwikkeling

Naast verbreding en vernieuwing van aanbod, benadrukt de minister ook het belang van ontwikkelplekken in alle disciplines en sectoren. De basisinfrastructuur biedt daarom ruimte aan festivals op het gebied van ontwerp, beeldende kunst en cross-overs met een internationaal platform (investering van € 1,4 miljoen). Ook biedt de infrastructuur ruimte aan 15 vernieuwende ontwikkelaars in meerdere disciplines en sectoren. Daarbij gaat het met name ontwerp, filmhubs, popmuziek, urban arts en cross-overs. De minister investeert € 7,1 miljoen in deze categorie instellingen.

Ondersteuningsstructuur

Bij een sterke cultuursector hoort een goede ondersteuningsstructuur. Zo investeert de minister o.a. in de ondersteuning van de kunstensector bij het behoud en beheer van erfgoed. De Nationale Strategie Digitaal Erfgoed vormt daarbij het kader. De minister maakt in de infrastructuur o.a. ruimte voor één netwerk- en platformfunctie per sector die kennisdeling over behoud en beheer van collecties en netwerkvorming stimuleert en collecties digitaal verbindt en toegankelijk maakt. Er wordt ook ruimte gemaakt voor een ondersteunende instelling voor de landelijke coördinatie van de leesbevordering en literatuureducatie. De extra investering (bestemd voor educatie) in de ondersteunende instelling voor film wordt gecontinueerd. Ook wordt er een plek gecreëerd voor een bovensectorale ondersteunende instelling op het gebied van de professionalisering van ondernemerschap, die onafhankelijke informatie geeft over financiering, ondernemerschap en besturen.

Cultuurbeleid 2021-2024

Bas Thomissen

drs. Bas Thomissen

waarnemend directeur – bestuurder

Patricia Peters

Patricia Peters MA

consulent film & fotografie en coördinator kunsten

verenigingsondersteuning, talentontwikkeling, deskundigheidsbevordering, cultuurbeleid
film & fotografie
maandag t/m vrijdag(ochtend)